Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stemmen, die telkens herhaalden. »Er is geen God dan Allah, en Mohammed is zijn profeet!"

Niet als rouwdragenden zingen en gaan ze! Zoowel zijn Mohammedaansch geloof als wat hem bijgebleven is van vroegeren Hindoegodsdienst geeft den Javaan de overtuiging, dat zijn doode tot beter leven ingegaan is. Geen uiterlijk teeken van smart wordt dus gedragen en bedroefden pogen hun droefheid niet te toonen.

Kort na den eersten stoet zag ik een vader zijn klein kind ten grave dragen.

Het kleintje was opgerold in een nieuwe mat en werd door hem met behulp van een slendang op de armen gedragen. Snoeren zoetgeurende witte melatti bloemen hingen af van het kleine doode kindje. Vele mannen omringden den vader.

Toen kwam een derde stoet. Witte bloemen werden vooruit gedragen. Een ongehuwde jongeling of een maagd werd begraven. Geen huwelijk bracht hun bloemen. Vandaar dit poëtisch symbool.

Een geestelijke bidt voordat de doode uit zijn huis wordt weggedragen:

„Ik wensch zegen af te bidden voor dezen die gestorven is door vier malen achtereen Allah's grootheid te roemen!

„God is groot! God is groot! God is groot! God is groot!

„O, Heer! vergeef den overledene en ook ons, wanneer wij eenmaal ten grave zullen dalen, zijn en onze zonden, en doe hem en ons de gunst van den Gezant Gods en Zijn barmhartigheid verwerven door Uwe goedertierenheid, die geene grenzen kent! Amen!"

En volgens de vertaling welke L. T. Mayer in Een blik in het Javaansche Volksleven van het donga-koeboer, of «gebed voor de begravenen« geeft, beteekenen de woorden, welke ik bij het open graf op den heuvel hier vjjf minuten vandaan hoorde zeggen:

17

Sluiten