Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

archipel. Hij is als een kind — hij leert namen geven — hij lqjkt prentjes hij leert.

Wie op reis gaat, gaat naar school, gaat de prentjes kijken van boeken die hij las. Voordat ik op reis ging, begon ik m\j te »trainen«, gelijk 't in sport-Hollandsch luidt! Want reizen is ook een sport, juist als walsen, en even opwindend en vroolykmakend.

Ik las of herlas, wat knappe, geleerde mannen over onze Oost geschreven hebben. En zoo dank ik o. a. heel wat kennis aan wat mr. N. P. van den Berg schreef in zijn: Uit de dagen der Compagnie en in zoo menig opstel.

Dank z\j boeken en nieuwe vrienden hier leef ik in heden en verleden tegelijk.

Vele mannen van gedachte en actie heb ik in deze dagen gesproken, en ik leer, ik leer.

Nu ik met zooveel kundige en practische mannen in aanraking kom, denk ik aan Lord Pembroke's verdeeling der menschen in »those who know and don't write, and those who write and don't know«. Maar ik, die schrijf en niet weet, poog eerlijk en nederig te leeren van hen die weten, maar niet schrijven.

Hoe weinig eng, hoe broad-minded bleven velen van die regeerders, landbouwers, krijgslieden en handelaars hier.

Ik was op heel wat kantoren en bureelen daar zaten ze

te werken, al die mannen uit het Westen, vaak in doffe hitte, die de hoofden drukt.

Weet ge wat geestkracht is? Dat is wat al die mannen toonen in hun volharding, vooral wanneer ze er hoopvol en goedgehumeurd bij blijven. Worden ze prikkelbaar, onbillijk, korzelig.... geen wonder! Dat is menschelijke natuur, bukkend nu en dan voor het klimaat.

Ik heb hier geloopen, gereden, gevaren en gezeten in de zon, in een slagregen van wit vuur, en ik heb met groot ontzag

Sluiten