Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stukken staal lagen roestend op den oever. Daarom staken wij over op een vlot, gemaakt van bamboes, gespijkerd op drie uitgeholde stammen. Van de steile oevers sprongen tientallen kleine bruine kinderen in den stroom en lachend en juichend dreven ze en zwommen ze naar ons toe, doken onder elkander door en klommen, glinsterend in de zon, op ons vlot.

Wij landden... een paar knapen plaatsten mijn valies en koffertje op hun hoofd... met uitgestrekten arm wezen zij mij den weg naar de op een groot half uur gaans van daar gelegen pasang-grahan, waar men overnachten kan en goed verzorgd wordt door een oud-gediende van het Indische leger.

Wij gingen door een statige laan van zeer hooge, plechtig mooie kenariboomen, waarachter rijen palmen de breede vedertakken uitstrekten. Even tegen een heuvel op.... toen

een stap of wat rechts en daar greep na duizend jaren

met, dunkt mij, onverzwakte kracht de hooge scheppende gedachte van een machtig kunstenaar ons bij de ziel.

Een breed en hoog massief van gebeeldhouwde tempelterrassen en galerijen, door een klokvormige, half afgebroken koepel bekroond, rees zwaar en plechtig voor ons op. De zon was aan het dalen. Rood verlicht waren de vooruitstekende

beelden en versieringen in donkere schaduw zag ik nissen

en een achtergrond van vele koepels. Een trappenpyramide

van beeldende kunst zag ik gloeien in het avondlicht iets

zeer groots en machtigs een bergstad van tempels en beelden.... een opengewerkte bouw van grijzen steen, die geheel omsluit en bekroont een heuvel, verrijzend aan het uiteinde eener hoogvlakte te midden van vulkanen en bergen.

In schaduw van den Börö-Boedoer stond ik.

Geen tempel of kathedraal ken ik met grootscher omgeving.

Op slechts enkele kilometers afstand in het Westen, achter de hooge terrassen van Boeddha's heuveltempel, strekt zich

Sluiten