Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nisten, de tekst te vinden is, welke door de kunstenaars gevolgd werd bij het ontwerpen der tafereelen.

Ook Sir Edwin Arnold's Light of Asiaisde uitdrukking in Engelsche verzen van wat de Lalita-Wistara verhaalt.

Geleerden als Rhys Davids, die over het vroegste Boeddhisme schrijven, veroordeelen deze beide gedichten als bronnen van kennis, omdat de Lalita-Wistara pas geschreven werd eeuwen na Boeddha's tijd.

Doch hiermede hebben wij niets te maken hier in het hart van Java. Want de Bórö-Boedoer vertolkt niet het vroegste Boeddhisme, maar is een dichtstuk in steen, dat verhaalt wat het andere dichtstuk in het Sanskriet openbaarde en wat het volk eeuwen na Boeddha geloofde.

»De Lalita-Wistarazoo schreef prof. J. S. Speyer in het Juli-nummer 1902 van Onze Eeuw, is een in menig opzicht merkwaardig geschrift. Oorspronkelijk het heilige boek eener bepaalde Mahayanistische secte, behelzende het leven onzes heeren Buddha naar de bij haar geldende overlevering, heeft het later in veel ruimer mate de waarde van een kanoniek boek voor de Mahayanisten gekregen.

»Twee hoofdafdeelingen zijn er in de Boeddhistische kerk, die scherp tegenover elkander staan. De eene huldigt als verlossingsleer het «groote vehikel« mahayana, de andere de leer der sthawira's, die door hunne tegenstanders het "kleine vehikel« hinayana genoemd wordt. De Hinayanisten vertegenwoordigen in hoofdzaak een oudere phase van het Buddhisme. Maar het jongere Mahayanisme, dat met zijn rijke mythologie, zijne leer en praktijken meer vat heeft op de menschen, heeft zich over een veel grooter gebied verbreid.« Dat de Boeddhisten op Java aanhangers waren van het mahayana, is zeker. En dus, zegt prof. Speyer ten slotte, opende Pleyte's determineering van de afbeeldingen der Boeddha-legende op den Börö-Boedoer, als behoorende bij den tekst van

Sluiten