Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geboren regeerder en administrateur, voor wiens karakter en werk ik waren eerbied leerde gevoelen en die mij zooveel deed zien en opmerken.

Welke heerlijke, machtige taak hebben zulke gouverneurs van groote gewesten te vervullen! Met hem en zijn beminnelijke vrouw zag ik heel wat van het mooie land en ik dwaalde ook alleen door zyn dalen en over zijn bergen.

De Preanger is het land van vergezichten, vulkanen, watervallen en dichte, donkere wouden, van meren vol goudvisschen, van zachte hellingen die blinken in de zon.

Toen ik vertelde van den pionier, die hévea-boomen en jonge cocospalmen kweekt in de wildernis, verhaalde ik tevens iets van de zoo weinig bekende Zuidelijke Preanger.

Veel van de Noordelijke Preanger zag ik later.

Van schommelende bamboebruggen — op bewonderenswaardige wijze door inlanders gespannen over rivieren en tusschen loodrecht dalende wanden van diepe kloven — heb ik snelle bruine bergstroomen gezien en watervallen hooren nederdonderen. Tusschen de fijne groene vederschermen van mijn geliefde boomvarens zag ik ze oprijzen, de reuzen van het natuurwoud. Maar ze waren hier niet langer de rasamalas der vlakte, wier lichtgekleurde stammen tentoonstellingen zyn van varens, orchideeën, vale baardmossen, grassen en lianen, maar wel poespa's, soeréns en eiken, die in twintig soorten hun hooge takken en donkergroene lederachtige bladeren spreiden en slechts aan hun eikels door my herkend werden, zoowel als kastanjes, wier vruchten bijna oneetbaar moeten zijn. Kratermeren, zwavelmeren, heete borrelende modderpoelen en fumarolen heb ik gezien en geroken, waar witte dampkolommen zich teekenden tegen donkerblauwe bergen, die, schoon tot den top begroeid, blauw afstaken tegen het lichtgroen der paddi-velden, en tegen het heilig schoone, lichtende hemelblauw.

Sluiten