Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er was geen dag te verliezen. De landvoogd zelf seinde om een plaats voor mij op de boot naar Padang, die op vertrekken lag, en den volgenden dag was ik op zee.

LANGS SUMATRA'S KUST.

Het is nu reeds de vierde dag, dat ik op een steeds slingerende, rollende boot stoom over den Indischen Oceaan langs de Westkust van Sumatra, met aan stuurboord twee of drie onafgebroken rijen donkerblauwe bergen, spitse kegels, hooge tafellanden en één onafgebroken rand flonkerend witte branding.

Wy liggen hier een uurtje stil in volle zee op de reede van Pasar Ganting, de haven, als men het vleiend zoo noemen wil, van Indrapoera, dat nog acht paal, zoowat drie uur gaans, verder het land in ligt. En die blauwe bergen, met hun scherp gegekartelde kammen en bergtoppen, welke zoo vlak bij schijnen te liggen, zijn nog vier dagmarschen van ons verwijderd.

Ik maak van de tijdelijke rust gebruik om te schrijven. Sinds drie dagen kon ik het niet doen, wegens het stampen en slingeren der kustboot, de Reael, die zeker even verwonderd is als ik ben over het tegenwoordig verwonderlijke Oostmoessonweer. In Java had ik een paar maanden lang byna eiken dag regen — in den Oosthoek konden de suikerfabrieken soms niet malen, zoo nat was het riet dat werd binnen gebracht, en hier op deze kust, waar trouwens altijd hooge branding staat en het inschepen en ontschepen op de reede steeds lastig is, waait sinds meer dan een etmaal een stijve Noord-Wester. Geen anderen last heb ik er van dan dat ik op het steigerende, zwaaiende schip niet kan schrijven, maar zooals andere passagiers om mij heen, zooals de Chineesche contract-koelies, zooals een transport paarden lijden! Dik gezwollen op de nekken liggen de gespannen aderen der

23

Sluiten