Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezwavelde spleten, naast den liefelijk schoonen, nu rustenden »vuurberg« Singgalang, beide zoo krachtig omhoogstrevend

met vulkaanvormen voor het meesterwerk van bouwkunst,

IJzerman's bergspoorweg, door hem met zoo ijzeren wil en volharding tot stand gebracht!

Wat mij, toen ik omhoog ging naar het Padangsche Bovenland, aanvankelijk het meest trof als ik uitkeek, waren de daken der huizen, de karbouwkarren op den weg en de apen die werk doen.

Alles is hier anders dan in Java!

De mannen zoo veel krachtiger en pootiger de vrouwen

zoo veel flinker bergen en wouden zoo veel forscher, zwaarder, donkerder, machtiger. En dan te midden van die natuur die oorspronkelijke, vroolijke, kleurige daken en karren. Het dak heeft den vorm van een Indische halve maan, die de twee hoornen naar boven keert, de verlichte rondte naar de aarde keerend. En in de groote halve maan van het dak koestert zich een kleinere, ook met de hoornen omhoog gekruld.

Een soortgelijk dak of deksel hebben de pedatis of huifkarren op twee wielen, die door een langzamen maar rusteloos voortschrijdenden karbouw aan een juk worden voortgetrokken. De voorhoeven zijn met kussens bekleed en zoo gaat de hooge kar, waarvan de zware lading onder het kunstig opkrullende deksel plasregens tart, uren lang omlaag of omhoog, en dat wel uitsluitend 's nachts in het laagland, daar een karbouw niet tegen hitte bestand is, maar hier, 3000 voet hoog, ook overdag.

En als ik uitkeek, lette ik verder op, hoe overal hooge kokos-schalen liggen, waarvan het vruchten-vleesch tot copra

gedroogd wordt gelijk ik niet tot mijn vreugde soms ruiken

mag en ik zag, hoe welig roem bi o of sagoepalm hier

tiert, in welks wuivend groen de wevervogel, de tampooa,

Sluiten