Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oevers van de jubelende, springende, zingende rivier Anai vereenigen. »Wat hebben de dadapboomen vurig roode bloemen!» zeide ik tot my zelf, want ik was weer alleen.... tot niemand kon ik zeggen: »Wunderschön«! toen een hooge val de Ajer Mantjoer, links van ons, het water in millioenen diamanten en bruidsluiers gesponnen van waterdraden omschiep.

De bochtige baan buigt met den ouden postweg mede of boort even door een begroeiden bergrug, om dan het oerwoud te verlaten en, tusschen bevallig buigende boomvarens en kaneeltuinen door, Padang Pandjang te bereiken, waar de geduchte Merapi zijn donkeren lava-kop ontzagwekkend opsteekt.

Die kaneel, zooeven gezien, verdient even eervolle melding, omdat ze mooi is door haar magenta-kleurige jonge blaadjes... omdat zij — terwijl ik even opkijk van mijn werk zie ik een geelbruinen aap van een boomtak brutaal gluren in de kamer waar ik zit te schrijven. Hij heeft als achtergrond de roodbruine, in het avondlicht felgloeiende bladeren van de crotons... »aap verdwijn, ik heb te schrijven!» en ik werp een luciferdoosje naar zijn grijnzend smoeltje — die kaneel verdient aandacht, omdat zij de wilde kaneel is, de »cassia vera van Padang* een belangrijk uitvoerartikel... en voor belangrijke uitvoerartikelen heb ik, gedenkende den »koopman«, die koningen aanstelde, diepen eerbied.

Op uitvoerartikelen is ons Indisch rijk oorspronkelijk gevestigd !

De trein verliet Padang Pandjang, waar het krioelde van inlanders, die er bijzonder vredelievend en voorspoedig uitzagen, en ging verder berg op naar Fort de Koek. »Let op de berg-sawah-cultuur als ge Padang Pandjang voorbij zjjt«, had men mij te Padang gezegd. Ik lette op en meende op te merken, dat men elk stukje grond gebruikt had, zoodat al de berghellingen frisch lachen in de zon. Toen kwamen wij aan

Sluiten