Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gezag, ja, kreeg er meer eerbied voor. Een Maleier eert den regeerder, die durft en kan, maar minacht den aarzelenden, angstigen, al te voorzichtigen ambtenaar.

Hij, die zulk een man, die daar in Sumatra voor Nederland's gezag in zeer moeilijken tijd waardig en krachtig optrad, uitscheldt voor iemand, die een bloedbad aanricht, bezigt anarchisten-taal. Ik vind zulke kwaadsprekerij erger dan het dooden van een gewonde, die nog met zijn klewang van den grond, waarop hij ligt, naar boven slaat. Veel erger!

En in welke vreemde taal heeft de heer De Stuers zijn aanval gedaan op dezen voortreffelijken gouverneur, den man, die weet te regeeren.

Hjj zeide: »Wat is de uitslag geweest? Dat de Padangsche Bovenlanden, het prachtigste landschap van geheel den Archipel, het Paradijs van Indië, herschapen zijn in een bloedbad!«

Herschapen in een bloedbad!

Neen, de Bovenlanden werden niet herschapen in een »bloedbad«!

Het zet kwaad bloed, een volksvertegenwoordiger dus te hooren phantaseeren. Zulk lawaai over een bloedbad en nog eens bloedbad is beter geschikt voor een melodrama dan voor een ernstige bespreking van nog juist by tijds onderdrukt verzet van dwepers tegen het Nederlandsch gezag.

Ik heb wel eens gezegd, dat het voeren van witten oorlog mij veel meer tegen de borst stuitte dan het voeren van rooden oorlog. Het zedelijk verminken en knakken van lieden, anoniem of van de geprivilegieerde banken der Kamer af, schijnt mij leelyk werk, terwyl oorlog voeren, met zoo veel bloedverspilling als onontbeerlijk is, mij in menig geval volkomen geoorloofd werk schijnt.

Humaniteit ook tegen razende dwepers, die door ons te dooden de hemelsche zaligheid hopen te verwerven, is na den stryd wenschelijk. Maar ze is nog wenschelijker tegenover

Sluiten