Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit een brief, my ter inzage gezonden, dien een officier aan een zyner vrienden schreef, deel ik het volgende mede:

„Van Heutsz pikte de lui er uit: hij ontdekte Christoffel, Vastenou, Parlang. Hij wist zijn mannen te kiezen en verdienstelijke officieren aan zich te binden.

„En nu mogen zekere couranten op Van Heutsz schelden en schetteren, ik zeg je, vriend, hij is een man .... een man aan wien wij onnoemelijk veel te danken hebben.

„Hij heeft hoopen achterstand van zijn voorgangers met forsche hand opgeruimd. Ilij heeft het Nederlandsch gezag op de Buitenbezittingen niet bevestigd, maar gevestigd. In de vier jaren van Van Heutsz is hier een werk verricht, zooals in geen veertig jaren door anderen geschied is. Ik heb zulk diep respect gekregen voor dien Hinken Hollandschen kerel. Natuurlijk dat zoo'n man wordt gescholden door dat lamme soort Hollanders tegen wie Holland zelf verdedigd moet worden. Ik zou hun allen willen toebrullen den versregel van Vondel:

„Gij helhond, — past het u deez' Herkies aan te bassen."

Ik vond deze verontwaardiging van een Indisch officier over 't geschrijf in Indische kranten te meer belangwekkend, omdat ze wordt uitgedrukt in een brief aan een vriend en niet voor openbaarmaking bestemd was.

Voorwaar, het doet goed soms zulk een kreet van verontwaardiging te hooren tegen hen, die blaffen en bijten naar de mannen, die voor het vaderland groote dingen in Indië doen!

Hoe volkomen terecht riep de heer Savornin Lohman in de Kamer uit:

„O, Mijnheer de \oorzitter, toen men vroeger bataljon op bataljon naar Indië zond, riep de Kamer telkens: dat kost te veel geld, dat is verschrikkelijk! En nu er een gouverneur-generaal, een militair is, die het er zonder kan doen, nu zegt men weer: „wij vinden het verschrikkelijk, dat men meent dat het met kleine troepjes gaat!"

„Zoo is het altijd!"

Sluiten