Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ae groote dagen, die wij beleven, over de bergen van Sumatra ons toeroepen. Een herlevende Islam...., een woelig, overstelpend zwaargewapend, doodarm Japan...., en Japan's voorbeeld, dat het Oosten overal in trilling brengt....

Wil men nog meer? Is dit niet voldoende? En wat toonen wij, als waren wij blind en doof? Er is te weinig cohesie, te weinig samenwerking tusschen de geestelijke machten.... Er is in het geheel geen cohesie tusschen de honderden, die de millioenen te regeeren hebben.

Weerzinwekkend is het hoe enkele Indische amphibieën, die niets zijn, noch opstandeling, noch loyaal Nederlandsch onderdaan, kwaad spreken over het gezag in 't vaderland en dat in Indië. Ze zyn niets en vermogen niets... Ze kunnen niet — zij, die weinigen — op eigen kleine blanke en bruine zwakke bloote voetjes staan! Zonder Nederland's kracht en prestige zouden ze als kaf weggeblazen worden, maar toch poogt dat kaf zich op te blazen, als kreeg het dus de ronding van voedzame graankorrels!

Maar het blijft kaf, niets als kaf! het voedt niet, maar

steekt stoffig en hinderlijk hen, die de zware verantwoordelijkheid dragen, in de oogen.

Moet men wachten op een dringend, alles zwart overwelvend gevaar, eer het Nederlandsch ras, beheerscher van Indië, zich zal aaneensluiten door machtig solidariteitsgevoel gedrongen, en het gezag zal steunen in plaats van schier uitsluitend te critiseeren, te hekelen, praatjes uitstrooiend en zelf geloovend, kleinzielig als een achterlijk provinciestadje.

Zeker niet allen! God zy dank! niet allen zijn zoo! Er zijn zoo vele krachtig denkende, goed voelende, nobel strevende mannen en vrouwen, die beseffen, dat zij hier Romeinenplicht te vervullen hebben en die hun deel der verantwoordelijkheid kloek gevoelen en moedig dragen.

Zeker, op de sombere schaduwzijde heb ik nu juist de aandacht

Sluiten