Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een territoriaal begrip. De minister Heemskerk was echter van een ander gevoelen. Hij denkt zich het Koningrijk der Nederlanden als den rechtspersoon, „belichaamd in het territoir", en laat het grondgebied door het Koningrijk omvat zijn „gelijk de geest het lichaam omvat en bezit".

Er kan over de kwestie gedisputeerd worden, doch veelbeteekenend is zij niet, te minder daar geen gevoelen is vernomen afwijkende van dat der regeering neergelegd in de Memorie van Toelichting, volgens welke de tegenwoordige redactie geen ruimte laat voor de opvatting alsof de ovérzeesche gewesten niet slechts koloniën en bezittingen, maar, evenzeer als de provinciën, deelen van het .Rijk zouden zijn, — er slechts één rechtsgemeenschap zou bestaan. Eene opvatting die wel eenigen steun vond in den aanhef van art. 1 (oud), hoewel dan toch niet strookende met het overige samenstel der grondwettelijke bepalingen.

„Waar de Grondwet thans het woord Rijk bezigt om de geheele rechtsgemeenschap aan te duiden, behoort het door het woord Staat vervangen te worden." Aldus verder de Memorie van Toelichting.

Het woord Staat treft men aan in artt. 24, 58, 59, 172, 176, 181. Den omvang van het begrip Staat te kennen is ook gewenscht voor het recht verstand van hiermee samengestelde woorden. Vgl. aant. op art. 96.

Art. 2.

De Grondwet is alleen voor het Rijk in Europa verbindende, voor zoover niet het tegendeel daaruit blijkt.

Waar in de volgende artikelen het Rijk wordt genoemd, wordt alleen het Rijk in Europa bedoeld.

Gw. 18i8 art. M8. De Grondwet en andere wetten zijn alleen voor het Kijk in Europa verbindende, tenzij het tegendeel daarin wordt uitgedrukt.

„ Dat eenig grondwetsartikel ook voor de koloniën geldt, kan blijken uit den inhoud daarvan of uit het onderling verband tusschen dat artikel en andere bepalingen." (Memorie van Toelichting).

Sluiten