Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 8.

Ieder heeft het regt om verzoeken, mits schriftelijk, aan de bevoegde magt in te dienen.

Elk verzoek moet door den verzoeker onderteekend zijn. Onderteekeninu: uit naam van anderen kan alleen geschieden krachtens schriftelijke bij het verzoek overgelegde volmagt.

Wettig bestaande ligchamen kunnen aan de bevoegde magt verzoekschriften indienen, doch alleen over onderwerpen tot hunnen bepaalden werkkring behoorende.

Gw. 1848 art. 9. Ieder ingezeten heeft het regt om verzoeken aan de bevoegde magt schriftelijk in te dienen, mits die persoonlijk en niet uit naam van meer worden onderteekend, welk laatste alleen kan geschieden door of van wege ligchamen, wettelijk zamengesteld of als zoodanig erkend, en in dat geval niet anders dan over onderwerpen tot hunne bepaalde werkzaamheden behoorende.

Het artikel spreekt van ieder en niet meer van ieder ingezeten. Ook op petities van niet-ingezetenen, hetzij dan Nederlanders of vreemdelingen, moet dus worden gelet.

Reeds onder vigueur van het oude art. 9, hetwelk ingevolge art. 118 (oud) ook slechts voor het Rijk in Europa verbindend was, was bij art. 9 Reg. Regl. Suriname en art. 9 Reg. Regl. Curacao, dit recht aan ieder toegekend. Opmerking verdient bij elk dezer artt. 9 de derde alinea, krachtens welke personen die niet schrijven kunnen, verzoekschriften mogen indienen door tusschenkomst van zoodanige ambtenaren, als hiertoe bij koloniale verordening zijn bevoegd verklaard.

Ten aanzien van de appreciatie van het begrip „wettig bestaande ligchamen" is de regeering zich bij de schriftelijke en mondelinge gedachtenwisseling met de Staten-Generaal. niet gelijk gebleven. In de Mem. van Toel. acht zij daaronder niet begrepen de vereenigingen die erkenning missen, voor zoover die bij de wet gevorderd wordt. „ Gaf men haar het recht van petitie," — zoo wordt vervolgd — „men zou den gestelden eisch, dat onderteekening uit naam van anderen alleen krachtens schriftelijke machtiging kan geschieden, weder loslaten." En hiermede in overeenstemming luidt het in de Mem. van Antwoord op het Voorl. Verslag der Tweede Kamer:

Sluiten