Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 21.

Wanneer bij overlijden des Konings «een bevoegde opvolger naar de Grondwet bestaat, geschiedt de benoeming regtstreeks door de Stateii-Generaal in vereenigde vergadering. Zij worden daartoe in dubbelen getale binnen eene maand na liet overlijden bijeengeroepen.

Gw. 1848 art. 24 (tweede lid). Is de opvolger niet benoemd of ontbreekt hij bij overlijden des Konings, dan geschiedt de benoeming door de S ta ten-Generaal, daartoe in dubbelen getale bijeengeroepen, in vereenigde zitting.

De totstandkoming eener wet wordt dus in het geval van art. 21 niet vereischt. Uitvoerbaar zou dit echter wèl zijn geweest, want het Koninklijk gezag slaapt niet, maar wordt volgens art. 45 waargenomen door den Raad van State, zoodat geen van de elementen der wetgevende macht ontbreekt.

l)e regeering, in de afdeelingen der Eerste Kamer nader omtrent de beteekenis der tweede zinsnede gevraagd, antwoordde in hare memorie dat bedoeld werd niet de bijeenroeping maar de samenkomst binnen eene maand. „Onmogelijk is dit niet, ofschoon de verkiezingen in zoodanig geval spoediger zullen moeten geschieden dan in gewone omstandigheden gebruikelijk is. Het hoogste belang des lands in het bedoelde geval is, dat de onzekerheid zoodra mogelijk ophoude."

Art. 22.

Al de bepalingen omtrent de erfopvolging worden op de nakomelingen van den eersten Koning, op wien krachtens een der twee voorgaande artikelen de Kroon overgaat, toepasselijk, in dier voege, dat het nieuwe Stamhuis ten opzigte van die opvolging van Hem zijnen oorsprong neemt op gelijke wijze en met dezelfde gevolgen als het Huis van Oranje-Nassau dit volgens art. 10 doet uit wijlen Koning WILLEM FREDERIK, Prins van Oranje-Nassau.

Hitzelfde geldt in het geval van art. 15 ten opzigte van de aldaar bedoelde nakomelingen van wijlen Prinses CAROLINA TAN ORANJE.

Sluiten