Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij Kon. Besluit van 13 Augustus 1891 (Stbl. n°. 158), gewijzigd bij Kon. Besluiten van 17 April 1894 (Stbl. nu. 57) 23 April 1897 (Stbl. n". 105) en 8 Juli 1897 (Stbl. n°. 174); vgl. Kon. Besl. van 9 November 189(5 (Stbl. n°. 169).

Behoudens dus de strafrechtelijke sanctie die aan den wetgever alleen staat, is de Koning van opdracht of machtiging des wetgevers onafhankelijk in het voorschrijven van regelen, waarnaar het publiek zich heeft te richten, en speciaal is de Koning zonder dat verlof bevoegd die regelen door politiedwang te doen handhaven. Dit is te minder aan twijfel onderhevig sedert de heer Van der Kaay, wijkende voor aangevoerde bezwaren, uit zijn amendement, dat 's Konings afhankelijkheid van den wetgever ook te dezen had beoogd, de daartoe strekkende woorden wegnam !).

Echter zijn, ten einde 's Konings bevoegdheid in dezen boven allen twijfel te verheffen, in de gemelde wet van 28 Febr. 1891 voorschriften opgenomen, inhoudende toekenning aan den Koning van het recht, de door hem uit te vaardigen maatregelen te handhaven door verschillende bepalingen van politiedwang.

Het behoeft nauwelijks opgemerkt te worden dat eene koninklijke regeling in geen enkel opzicht verbindend is, zoodra zij tegen eenige wet strijdt. Vgl. het aangeteekendé op art. 121.

Art. 57.

De Koning heeft liet opperbestuur der buitenlandsche betrekkingen.

G\v. 1848 art 55. ITas gelijkluidend.

's Konings macht ten opzichte van de buitenlandsche betrekkingen omvat het recht tot benoeming en terugroeping van gezanten en consuls, en wordt nader in de twee volgende artikelen geregeld.

1) Handd. V, blz. 648.

Sluiten