Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestemde, overeenkomst, strekkende ter uitvoering van het tractaat, al dan niet evenzeer als het betrekkelijke tractaat aan de goedkeuring der Staten-*ieneraal was onderworpen, aangenomen dat in het protocol geen bepaling voorkomt wettelijke rechten betreffende. De minister van Buitenlandsche Zaken, de heer Melvil van Lynden, gesteund door de heeren De Savornin Lohman en Mees tegenover den heer Fokker, betoogde dat zulk een protocol (ondanks de slotwoorden dat zijne bepalingen dezelfde kracht en beteekenis hebben als die welke in het tractaat zijn opgenomen, waarop de heer Fokker zich voornamelijk beriep), als afzonderlijke overeenkomst van uitvoerend karakter, die goedkeuring niet behoefde, terwijl de minister zich vereenigde met het gevoelen van professor Buys, Grondwet, III, blz. 103, dat in deze 's Konings bevoegdheid niet verder reikte dan zijne verplichting. Hoe dit zij — er behoeft maar het minste betreffende wettelijke rechten opgenomen te worden, en de verplichting, dus tevens de casu quo gewenschte bevoegdheid is daar tot het onderwerpen van het geheele tractaat aan de goedkeuring der Staten-Generaal.

Met betrekking tot in de afdeelingon der Eerste Kamer gedane vragen zegt de Memorie van Antwoord, dat alle verdragen tot wijziging van het grondgebied in de koloniën en overzeesche bezittingen door de Staten-Generaal moeten worden goedgekeurd, wanneer zij door den Koning gesloten zijn met vreemde Mogendheden. r De bepaling is niet toepasselijk op 'de verdragen, welke volgens de krachtens art. 59 der Grondwet aan den Gouverneur-Generaal gegeven bevoegdheid door dezen gesloten worden met Indische vorsten en volken."

Gedurende den verderen loop der beraadslaging is deze kwestie niet meer aangeroerd, doch na afloop der herziening, bij gelegenheid der behandeling in de Eerste Kamer van de begrooting voor Ned.-Indië, den 30 December 1887, werd zij nogmaals ter sprake gebracht. De heer Röell gaf nl. als zijne meening te kennen, dat art. 44 van het reg. reglement voor Ned.-Indië beheerscht werd, vroeger door art. 573', thans door art. o9-° Gw., voor zoover betreft wijziging van het

8

Sluiten