Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

datgene waarvan wij absoluut zeker zijn neerkomt op wat binnen de sfeer van onze onmiddellijke gewaarwording valt, en daarvan wordt dan nog slechts een gedeelte overgebracht in de schatkameren onzer ervaring door middel van het geheugen.

Wij moeten het derhalve toestemmen: de conclusiën onzer inductieve redeneeringen zijn, uit een mathematisch oogpunt bezien, gebrekkig.

En toch zijn ze alles wat wij hebben, om er ons gedrag naar te richten en onze handelingen door te laten bepalen, zoodra wij toekomen aan de onbegrensde ruimte en den oneindigen tijd. Als zedelijke wezens is het in de praktijk des levens ieder oogenblik onze taak, om de beste gevolgtrekkingen te maken die wij kunnen uit de gegevens die ons zijn verstrekt, en daarnaar te handelen overeenkomstig het licht dat wij bezitten. Dat is de zedelijke proef, waarop de menschheid gestadig wordt gesteld.

Nu ontmoeten wij in de litteratuur van den tegenwoordigen tijd dikwijls beweringen als deze, dat wij „de onsterfelijkheid van de ziel niet kunnen bewijzendat wij „de goedertierenheid van onzen Schepper niet kunnen bewijzen"; dat wij „de echtheid van het vierde Evangelie of van den tweeden Zendbrief van Petrus niet kunnen bewijzen". En dat zeggen dan schrijvers, die zich beleedigd zouden achten. wanneer men hen beschuldigde van ongeloof aan de onsterfelijkheid, of van twijfel aan Gods goedertierenheid, of als men hen ook maar verdacht van een heimelijk mee gelooven aan de beweerde onechtheid van eenig boek des Nieuwen Testaments. Ja, zij zouden er niet eens mee tevreden zijn, zoo gij hun een plaats inruimdet onder degenen, die zulke vraagstukken onbeslist laten. Agnostici willen zij allerminst zijn.

Wat is er dan van de zaak?

Velen, die aan zulke misplaatste beweringen meedoen, stellen zich de dingen geheel verkeerd voor en brengen natuurlijk tegelijkertijd hunne lezers in de war. En dat wel, doordien zij het

Sluiten