Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welbekende geschriften van Mozes bestonden, en dat een beroep daarop beduidde een beroep op Mozes zeiven? In den gewonen gang van zaken zou dit volstaan om te bepalen, welke geschriften er bedoeld werden. Maar de Heere Jezus heeft ons door de wijze, waarop Hij aanhaalt, dubbele zekerheid verschaft. Want welke zijn de geschriften van Mozes, die de Joden beschouwden als te profeteeren van den Chrietus? Het zijn dezulke, waarin uitspraken voorkomen gelijk die over het zaad der vrouw als bestemd om den kop der slang te vermorzelen (Gen. 3 : 15); over het zaad van Abraham, waarin alle geslachten des aardrijks zouden gezegend worden (Gen. 12 : 2, 3); over den Silo, denwelken de volken gehoorzaam zouden zijn (Gen. 49: 10); over de Ster uit Jakob en den Scepter, die uit Israël zou opkomen (Num. 24: 17); over den grooten Profeet, dien God verwekken zou en naar wien de Joden zouden hooren (Deut. 18: 18, 15); en eindelijk over de slang in de woestijn, die Christus zelf verklaarde als op Hem te doelen (Num. 21:9; Joh. 3 : 14). Welnu, deze teksten zijn te vinden in al de onderscheidene stukken, waarin critische willekeur den Pentateuch verdeeld heeft.

Liet de ruimte het toe, dan zou ik uit de apostolische geschriften hier veel aan kunnen toevoegen. Ook bij hen vindt gij tal van verwijzingen, en menig betoog rust op hun aanvaarding van hetgeen de Pentateuch ons leert aangaande de offeranden, den tabernakel, de priesters, en in het algemeen de geschiedenis van de omwandeling in de woestijn.

Wanneer het ons nu bij dit onderzoek inderdaad om de waarheid te doen is, dan gaat het toch niet aan te beweren, dat, wanneer de geschiedenis uit den Pentateuch maar waar is, het er niet zooveel op aan komt, wanneer die boeken zijn opgesteld. Want de vertrouwbaarheid van den Pentateuch brengt mee, dat hij geschreven is in den tijd van Mozes. Het is immers niet te ontkennen, wat een Joodsch schrijver onlangs opmerkte: wanneer de boeken kort

Sluiten