Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Prof. William Henry Green') heeft aan de Bijbelstudie een grooten dienst bewezen, die tot nog toe allerminst naar waarde is gewaardeerd, door aan te toonen dat, in overeenstemming met de gewoonte der Hebreeuwsche litteratuur, en met het klaarblijkelijke doel dat in de eerste hoofdstukken der Schrift wordt aangeduid, de geslachtregisters in het vijfde en tiende hoofdstuk van Genesis niet beoogen ons een bepaalde chronologie te geven, wat ze dan ook niet doen. Ze dienen alleen om nadrukkelijk de rechtstreeksche geslachtslinie vast te stellen, zonder zich nader uit te laten over de vraag, over hoe langen tijd die linie loopt.

Alle geschiedenis is fragmentarisch. Nooit wordt eenige gebeurtenis ten volle verhaald of beschreven. En daarom behoeft men er volstrekt niet altoos beteekenis aan te hechten, als in het verhaal van eenig feit zekere bijzonderheden ontbreken, die in een ander verhaal van hetzelfde feit wel voorkomen. Men behoeft ook de beweringen van een Bijbelsch geschiedschrijver niet met een ongeloovig oog aan te zien, louter omdat ze alleen staan. Ze kunnen wel waar zijn, al worden ze niet opzettelijk door een getuigenis van andere zijde bevestigd. Te beweren, gelijk velen doen, dat de voorstelling der Schrift gewantrouwd moet worden, zoolang ze niet van elders als geloofwaardig is gewaarmerkt, is een hoogst onwetenschappelijke manier van doen.

Na aldus eenige noodige voorzorgsmaatregelen genomen te hebben, kunnen wij thans verder gaan. Het doel is, om straks te komen op die stukken van de Schrift, welke op de vroegste tijden betrekking hebben.

Dat zal het voornaamste onderwerp van ons onderzoek uitmaken.

Maar vooraf moeten wij, ter betere voorbereiding van dat onderzoek , in het kort stilstaan bij enkele treffende feiten, die het latere deel der Bijbelsche geschiedenis als waarachtig komen bevestigen.

') Zie zijn artikel «Primeval Chronology" in de Bibliotheca Sacra van April 1890, blz. 285—303.

Sluiten