Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Intusschen, de klip is zóó smal, dat het grooter wonder zou wezen om de menigte van Israël in den beschikbaren tijd aan den overkant te krijgen, dan om de wateren te verdeelen die er overheen spoelen.

Zorgvuldiger onderzoek van de situatie, en het overvloedige licht dat de geologische onderzoekingen sinds op de zaak geworpen hebben, leidden er toe om het tooneel van den doortocht enkele mijlen verder noordwaarts te verplaatsen. Daar vindt men verhoudingen, die uitstekend passen bij den toestand waarin de Israelieten door hun driedaagschen tocht gebracht waren, en die tegelijk ook andere dingen aan den dag brengen, waardoor de gansche geschiedenis ons duidelijk wordt verklaard.

De ondiepe inham ten noorden van Suez is in werkelijkheid het benedengedeelte eener smalle, lager liggende landstrook, of laten wij het liever een kanaal noemen (waarvan thans verscheidene mijlen droog liggen), dat zich uitstrekt tot aan de Bittere Meren en van daar hooger op tot het Timsah-meer, waaraan de tegenwoordige stad Ismaïlia ligt, waarschijnlijk dezelfde plaats als het Bijbelsche Etham. Het Suezkanaal heeft van deze verlengde kanaalbedding partij getrokken, en kon door een ondiepe opening in de rotsen, die op het hoogste punt, bij Chaloof, zeven en twintig voet boven den zeespiegel ligt, de Golf van Suez verbinden met het grootste van de Bittere Meren. Volgt men dit meer tot zijn noordelijkste punt, dan voert een ander verbindingskanaal, in het land uitgegraven, dat bij Serapeum dertig voet boven den zeespiegel ligt, naar Ismaïlia, aan het noordeinde van het Timsahmeer. Juist ten noorden van dit punt treft men de diepste insnijding aan voor het kanaal, door een landstreek, die zich van zeventig tot tachtig voet boven de zee verheft, en die duizenden jaren gediend heeft als heirweg tusschen Afrika en Azië voor karavanen en legers. Spoedig nadat men deze laatste doorgraving achter zich gelaten heeft, bereikt het kanaal de ondiepten van het

Sluiten