Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

natuurlijk poelen ontstaan van petroleum en ontvlambaar gas. Doordat ik goed bekend was met de gas- en oliestreken in de Vereenigde Staten, en nog onlangs een bezoek gebracht heb aan de nog merkwaardiger olievelden bij Bakoe, aan de Kaspische Zee, scheen mij de beschrijving van de verwoesting van Sodom en Gomorra buitengewoon natuurlijk en naar het leven geteekend.

Prof. B. K. Emerson. een van onze beste geologen, beschrijft de streek rondom de Doode Zee als een land,

waar veel sulfur in de klei gevonden wordt, aldaar afgezet door vele heete springbronnen, en waar bitumen afsijpelt van iedere rotsspleet, en elke aardbeving groote stukken er van opwoelt van den bodem van het meer; waar de Arabieren nog kuilen graven om er den „steen van Mozes" in te verzamelen en in Jeruzalem te verkoopen. Hier hebben ook , volgens dat overoude fragment van den Pentateuch, vier koningen gevochten tegen vijf, en de koningen van Sodom en Gomorra stortten in de lijmputten en kwamen om. Wie iets gelezen heeft over het branden van een oliebron in de Oliebaai of in Apscheron, zal zich een helder denkbeeld kunnen vormen van de ramp, die de steden uit de vlakte heeft getroffen, waar de Heere zwavel en vuur over Sodom en Gomorra deed regenen, van den Heere uit den hemel.

Volgens de nieuwste, hoogstbelangrijke nasporingen van Blankenkom J) kunnen wij ons het plateau van Judea met zijn „bovenste krijtlagen" voorstellen als een oud land, op het eind van de tertiaire periode gekloofd door vele scheuren, waartusschen een groot blok

voor nuttig gebruik in betrekkelijke hoeveelheden van 85 en 10 a 12 ten honderd daarin aanwezig moeten zijn. Het eerste, grootste deel is kalksteen, dat in bijna zuiveren vorm ons het zeer bekende hardsteen levert. Het tweede is bitume>i, een koolwaterstof van de uitgebreide familie, waartoe ook o. a. petroleum en nafta behooren. Dit geeft aan het asfalt zijn eigenaardig karakter.

') Dr. Max Blankenkorn, «Entstehung und Geschichte des Todten Meers", Xeit. Deittsc/i. Palestina- Vereins, Deel 19, blz. 1.

Sluiten