Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewas des lands. En zijn huisvrouw zag om van achter hem, en zij werd een zoutpilaar. En Abraham maakte zich des morgens vroeg op naar die plaats, waar hij voor het aangezicht des Heerengestaan had; en hij zag naar Sodom en Gomorra toe en naar het gansche land van die vlakte; en hij zag, en zie, er ging een rook van het land op, gelijk de rook eens ovens.

En het geschiedde, toen God de steden dezer vlakte verdierf, dat God aan Abraham gedacht, en Hij leidde Lot uit het midden dezer omkeering, in het omkeeren dier steden in welke Lot gewoond had. *)

Van Hebrons hoogten, omtrent dertig mijl van daar, waar Abraham zich bevond, kon men de vlakte die zich uitstrekte aan het eind van de Doode Zee, niet zien. Maar in de plaats daarvan zag hij den rook der verwoesting opklimmen „als den rook eens ovens". Niets in deze beschrijving zweemt naar verzinsels. Er is niets fantastisch of buitensporigs in, uitgenomen alleen dat de feiten , die geheel natuurlijk in het kader van de geschiedenis passen, voor nienschen, die niet op de hoogte zijn, vreemder lijken dan een verzinsel.

Ook het gebeurde met de vrouw van Lot is volstrekt niet in strijd met de werkelijkheid. De uitbarstingen van gas en olie gaan dikwijls vergezeld met uitbarstingen van zouten lijm, en waarschijnlijk heeft die haar omwikkeld, toen zij achterwaarts zag. De beschrijving van haar dood is inderdaad zeer sober en ten eenenmale vrij van de fantastische trekken, die er in zoo menige populaire voorstelling aan worden toegevoegd. De uitdrukking „zoutpilaar" is sterker dan het oorspronkelijke woord vereischt. „Zoutdam" zou waarschijnlijk de bedoeling juister weergeven. Nu is zout een overvloedig aanwezig bestanddeel van de rotsen rondom de Doode Zee. De lagere rotslagen van Jebel Usdum aan de zuidpunt bestaan uit massief zout, honderd vijftig voet dik. De pilaren, welke de erosie van deze laag heeft achtergelaten, gaven aanleiding tot de gangbare

') Gen. 19:24—29.

Sluiten