Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NOACHS LOGBOEK.

Maand" daS- Aantal dagen.

2 17 Allen gaan binnen de ark; God sluit

de deur. De regen begint te stroomen.

Uit de zee zetten stormvloeden op. 40

De ark gaat drijven.

De ark zeilt snel.

3 27 Het houdt op met regenen.

De stormvloeden houden op, de wateren rijzen. [I0

7 17 De ark raakt grond op den top van

een hoogen berg en rust daar. De wateren rijzen niet langer.

Het water stationair. 40

8 27 Het water begint te dalen. Het daalt

vijftien ellen. 34

10 1 De ark staat nu op droog land. Het

water daalt almeer. Noach wacht. 40

11 11 Noach laat een raaf uit; ze keert

niet terug.

Het water daalt, Noach wacht. 7

11 '8 Noach laat een duif uit; ze keert terug.

Het water daalt, Noach wacht. 7

11 25 Noach laat de duif weer uit. De duif

brengt een pasgegroeiden olijftak mee.

Het water daalt, Noach wacht. 7

12 2 Noach laat de duif weer uit; ze keert

niet terug.

Het water daalt, Noach wacht. 29

1 x Xoach doet het deksel van de ark af

en ziet overal rond. Nergens is meer water te zien.

De grond wordt droog. Noach wacht. 56

2 27 God opent de deur en zegt: „Ga uit."

De geheele duur van den zondvloed 370

XI

Sluiten