Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en voor de Egyptische en Babylonische beschaving in het bijzonder. Want deze chronologische tijdsopgaven in de geslachtsregisters schijnen op zulk een wijze aaneengeschakeld te zijn, dat de keten niet verlengd kan worden, zonder haar samenhang totaal te verbreken.

Een nader onderzoek van dit onderwerp zal er echter ieder van overtuigen, dat zelfs de ineengeschakelde geslachtsregisters uit deze hoofdstukken door den schrijver niet bedoeld en door zijn lezers niet opgevat werden als een bepaald onderricht in de tijdrekenkunde, maar alleen zijn ingelascht om de lijnen van afstamming aan te geven, waarin allerlei ondergeschikte schakels kunnen worden weggelaten, zonder het doel van de tabellen te verijdelen. Deze conclusie is gegrond, niet op bloot speculatieve redeneeringen, of op de noodzakelijkheid om de zaak uit te maken, maar op het gewone gebruik van de gewijde schrijvers op tal van andere plaatsen en op een nauwgezette beschouwing van de registers zelf.

Als een van de leerzaamste voorbeelden lette men op het eerste hoofdstuk van Matthetis, waar Jezus Christus in één adem „de zoon van David" en „de zoon van Abraham" genoemd wordt. Daarna wordt schijnbaar de compleete lijst gegeven in een beperkte kolom, van Abraham af. Nu is het opmerkelijk, dat de namen verdeeld zijn in drie groepen van ieder veertien geslachten. We zien echter dat er, om deze juiste cijfers te verkrijgen , in vers acht drie namen zijn weggelaten. Het heet daar, dat „Joram gewon Ozias" (Uzzia), terwijl wij uit het Boek der Koningen weten, dat hierbij drie namen zijn overgeslagen: Ahazia, Joas en Amazia; terwijl wederom in het elfde vers Jehojakim wordt weggelaten na Josias.

Wat is hieruit redelijkerwijze af te leiden ? Zullen wij zeggen, dat de schrijver van dit hoofdstuk niets afwist van het bestaan der weggelaten verbindende schakels? Voorzeker niet, want dit is het

Sluiten