Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Evangelie, dat geschreven is door een Hebreër\ en zoowel hij als zijn lezers hadden gereeden toegang tot het Oude Testament, waaraan zij ook eerbiedig geloof hechtten; en ze waren omringd door Joodsche tegenstanders, die er onmiddellijk aanmerking op zouden maken, als er eenig misbruik van beteekenis van werd gemaakt. De eenige verklaring is daarom , dat iedereen zoo bekend was met het gebruik van geslachtsregisters, als aangevende alleen de lijnen van afkomst zonder eenig verband tot de tijdrekenkunde, dat er bij niemand eenige twijfel omtrent dit gebruik oprees. Mitsdien hebben de uitleggers hieruit te leeren, zich te wachten om in andere stukken van de Joodsche letterkunde uit deze tabellen tijdrekenkundige gevolgtrekkingen af te leiden.

lot het Oude Testament zelf komende, vinden wij onder anderen een van de duidelijkste voorbeelden in i Kron. 26 : 24, waar we lezen, dat „Sebuël, de zoon van Gersom, den zoon van Mozes, overste was over de schatten"; en wederom in 1 Krón. 23:15 en 16 lezen we, dat „de kinderen van Mozes waren Gersom en Eliëzer. Van de kinderen van Gersom was Sebuël het hoofd." Maar Sebuël werd door David over de schatten aangesteld vierhonderd jaar na Mozes' tijd; zoodat er acht of tien geslachten tusschen Gersom en Sebuël in moeten geweest zijn. Niettemin wordt tot tweemaal toe dezelfde uitdrukking gebezigd om de verwantschap tusschen Mozes en Gersom aan te duiden, als voor die tusschen Gersom en Sebuël.

Zoo ook geeft in Ezra 7:1—5 de schrijver van dit boek, ongetwijfeld met volledige kennis van wat in de Kronieken vóór hem geschreven was, het geslachtsregister van Ezra in de linie van Aaron, maar in de lijst springt hij van Merajoth over op Azarja, met weglating van zes namen, die in de parallelplaats in 1 Kron. 6:3—14 worden opgesomd. Ook hier ware het ongerijmd te onderstellen, dat zulke weglatingen uit onkunde voortsproten, aangezien ze in het algemeen bij de Joodsche lezers geen ver-

Sluiten