Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts een zwelling van het oppervlak teweegbrengt van een achtduizendste der middellijn. Moesten wij deze oneffenheden overbrengen op een globe van tien voet middellijn — een ding, in het voorbijgaan gezegd, dat maar weinig ruimte zou overlaten in een zitkamer van middelmatige grootte — dan zou de ongelijkheid van de oppervlakte nauwelijks merkbaar zijn. De vlakten van Denver zouden weergegeven worden door een buiging in dit oppervlak van niet meer dan omtrent het zes en zestigste deel van een duim, of de dikte van een tamelijk dun blad papier. En wanneer deze onregelmatigheden afgebeeld werden op een globe ter grootte van een flinken appel, zouden ze onmerkbaar zijn en alleen met een microscoop waar te nemen.

Een appel behoeft niet ver uit te drogen, om rimpels van die grootte te vertoonen. De onregelmatigheden op de oppervlakte der aarde wijzen niet op betrekkelijk grooter veranderingen in haar binnenste dan die van den appel, of op eenige betrekkelijk grooter spanning van de krachten die in haar aanwezig zijn.

In goedkoope bespotting van het zondvloed-verhaal des Bijbels hooren we dikwijls beweren, dat er geen water genoeg bestaat om de toppen van de hoogste bergen te bedekken. Deze lichtvaardige opmerking ziet evenwel over het hoofd, dat, gelijk reeds is opgemerkt, het Schriftverhaal den zondvloed opvat als veroorzaakt, niet zoozeer door het klimmen van het water, als wel door het dalen van het land. De Bijbel zegt, dat al de fonteinen des grooten afgronds opengebroken werden. Welnu, indien al het land in de wereld onder de oppervlakte der zee verzonk, dan zou de waterspiegel nog maar enkele honderden voeten rijzen, terwijl het getij in de Fundy-baai geregeld zeventig voet hoog komt. De onttrekking van het water aan den oceaan gedurende den ijstijd, teneinde in den vorm van ijs te worden opgestapeld over het noordelijk halfrond, en de daarop gevolgde terugkeer bij het smelten van het ijs aan het einde van dat tijdperk, bracht ver-

Sluiten