Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezinksel naar beneden naar het noordelijk deel van de Adriatische Zee, in zulk een hoeveelheid, dat een voet materiaal uit zijn geheele afwateringsbekken ééns in de zevenhonderd jaar wordt afgevoerd. Als een treffend tastbaar bewijs van de snelheid dezer erosie en de voortdurende toeneming van materiaal aan den mond der rivier, verdient het onze opmerking, dat de stad Adria, die eertijds een havenstad was, van zulk een beteekenis en beroemdheid, dat de zee naar haar is genoemd geworden, thans zestien mijl binnenwaarts is gelegen.

Maar zelfs al nemen we het lagere cijfer van de Mississippi tot maatstaf voor dat van de Selenga, dan nog komen we tot gevolgtrekkingen die zeer leerzaam zijn en zelfs in het oog loopend de aandacht trekken. Al het bezinksel, dat de rivier naar beneden voert, wordt afgezet in den zuidelijken hoek van het Baikalmeer. Het is onmogelijk aan te nemen, dat de gemiddelde diepte van dit bekken ooit meer geweest is dan een halve mijl. Stelt men nu de lengte van den zuidelijken hoek van het meerbassin op honderd mijl, en zijn gemiddelde breedte op dertig mijl, hetgeen beide ruim genomen is, dan zou er vijftienhonderd kubieke mijl oppervlakte te vullen zijn.

En volgens de berekening, dat er uit het bekken van de Selengarivier door erosie één voet in vijf duizend jaar wordt afgevoerd, zou in het meer de sedimentaire afzetting in hetzelfde getal jaren, in ronde getallen, veertig kubieke mijlen bedragen.

Het geheele gedeelte van het bekken. waarin de afzetting wordt opgehoopt, zou dus met sediment gevuld zijn in 187.500 jaar. Maar zoo weinig nog heeft de delta inbreuk gemaakt op het meer, dat het zeker nog voor geen vijfde, en waarschijnlijk nog voor geen tiende gevuld is. De uitgebreide geologische veranderingen, die dit groote bekken hebben gevormd, kunnen derhalve nog niet langer dan veertig duizend en waarschijnlijk nog geen twintig duizend jaar geleden hebben plaats gegrepen, en het is zeer wel

Sluiten