Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minderen en de verdamping toenemen, zijn van zoo recenten datum, dat er nog geen tijd geweest is voor de zeeën om met zout verzadigd te worden, gelijk de meeste ingesloten meren. Al de rivieren met haar kleine hoeveelheid zout stroomen voortdurend in deze zeeën, en toch zijn hun wateren niet verzadigd. Daaruit moeten wij ongetwijfeld besluiten, dat de tijd, waarin deze veranderingen hebben plaats gegrepen, binnen enge grenzen is bepaald. De opdroging dezer uitgebreide streek is nog zoo kort geleden, dat de tijd die sinds verliep, bij duizenden, of althans zeker bij tienduizenden jaren moet geteld worden, eer dan bij honderdduizenden.

Deze conclusie wordt nog versterkt door het getuigenis der geologie, dat, in betrekkelijk nog niet lang vervlogen tijden, een groote binnenzee, zoo groot als de Middellandsche Zee, het binnenbekken van Midden-Azië vulde, dat wij thans kennen als de woestijn van Gobi. Rondom deze woestijn zijn uitgestrekte sedimentaire afzettingen waargenomen op onderscheidene plaatsen, die aanwijzen dat hier vroeger een zeestrand werd gevonden. Bovendien wijzen ook de oude Chineesche verhalen op deze zee, onder den naam van Han Hai, als nog binnen de historische periode een uitgestrekt grondgebied overdekkende. Lob Nor is in den tegenwoordigen tijd het eenig overblijfsel van deze watermassa, heen wijzende naar een recente periode van grooteren regenval over geheel Azië. *)

In het geval van de Doode Zee hebben we te doen met een

') Voor een volledig overzicht der feiten zie het groote werk van J. D. Withney over «The climatic changes of later geological times", blz. 133, 134.

Het laatste bericht, dat de mededeelingen van Prof. Withney breedvoerig bevestigt, is geleverd door Ellsworth Huntington. Zie het 26ste nr. der »Explorations in Turkestan. By Raphael Pumpelly, W. M. Davis, R. W. Pumpelly and Ellsworth Huntington" (Carnegie-instituut te Washington).

Sluiten