Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij mijn jongsten tocht dwars door het vasteland van Azië vertrok ik met de verwachting, in Mongolië, Mandsjoerije, Siberië en langs den voet der Tien-Sjan-bergen bewijs te zullen vinden, dat de ijstijd werd gekenmerkt door ophoopingen van ijs op het vasteland van Azië, geëvenredigd aan die, welke in Noord-Amerika en noordwestelijk Europa voorkomen. Maar hierin werd ik teleurgesteld. De ophoopingen van ijs in die streek zijn in ieder geval zeer gering geweest, in vergelijking van die welke plaats hebben gehad in Amerika en Europa. Tengevolge hiervan scheen het eerst moeilijk, de jongste inzinking van het vasteland van Azië, die in de geschiedenis van den zondvloed stilzwijgend ondersteld en door overvloedig bewijsmateriaal, waarover wij in het vervolg nog nader zullen spreken, bevestigd wordt, in verband te brengen met den ijstijd.

Bij nader inzien zal het echter duidelijk worden, dat een tijdelijke inzinking van het Aziatische vasteland niet afhankelijk is van de overlading zijner oppervlakte door een opeenhooping van gletscher-ijs. De oceaanbeddingen kregen, gelijk we vroeger zagen, een aanzienlijk minderen druk te dragen, door het onttrekken van driehonderd voet water aan de geheele oppervlakte van den oceaan. Dit feit alleen reeds zou naar allen schijn het evenwicht zoodanig verstoren, dat bij het weer op hun plaats komen van de krachten, het Aziatische vasteland vanzelf moest dalen en weer omhoog rijzen, toen het gletscher-ijs ging smelten, zoodat het water weer terugkeerde tot zijn vroegeren stand.

Het is evenwel volstrekt niet onmogelijk, dat een golvende beweging tusschen de vastelanden het gevolg heeft moeten zijn van de beurtelingsche ophooping en verdwijning van het ijs over Europa en Amerika. Toen de ijslaag die ze bedekte het hoogst was, werden deze vastelanden buitengewoon omlaag gedrukt; bij het smelten van het ijs daarentegen en de daarop gevolgde vermindering van druk over de vergletscherde streek, moest de opwaartsche

Sluiten