Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een bewijs, dat de onderdompeling maar heel kort geduurd heeft, zoodat de tijd van haar duur te kort is geweest om de vestiging van schelpdier-koloniën van eenige beteekenis toe te laten.

Van al de onvoldoende theorieën, die zijn voorgesteld om deze feiten te verklaren, is die van de onderstelde werking van ijs en sneeuw, welke langs heuvelhellingen naar omlaag gleden , geholpen door het afstroomen van water tengevolge van het smelten van ijs en sneeuw, nog het minst onaannemelijk. Maar Prof. Prestwich heeft tegen deze theorie met kracht de volgende onoverkomelijke bezwaren ingebracht:

Door deze middelen zouden wel rotsbrokken over den rand van de rotsklip langs haar geheele front kunnen voortgestuwd zijn, zonder zeer bepaalde kanalen uit te graven, maar als het ging dooien, moest ten slotte het water van de oppervlakte toch juist zulke resultaten hebben teweeggebracht, als door heftige regens worden veroorzaakt. De rubble zou door ijs en sneeuw ook over kleine hellingen en op een vrij grooten afstand onder de klip kunnen weggespoeld zijn, maar ik betwijfel toch, of ze, gelijk bij Godrevy, de rubble op een afstand van meer dan tweehonderd voet van de rots af zouden kunnen wegslingeren; want de klip is niet hooger dan veertig voet, en de heuvel daarachter klimt niet boven de honderd vijftig voet, en dat op een afstand van ongeveer een tweehonderd vijftig voet. Bovendien, de helling van de rubble is hier niet meer dan tien tot twaalf graden, terwijl los zand bij veertig en rubble bij vijf en veertig graden nog in rust blijven. Zeer zeker zou dit cijfer hier iets lager moeten gesteld worden, wegens de grootere beweeglijkheid van de massa tengevolge van de sneeuw, maar toch niet zooveel lager, dat er het groote verschil van tien en veertig graden door zou worden verklaard. Ook zou een modderige massa van ijs, sneeuw en rotspuin, die in beweging was, niet beter dan stroomend water geschikt zijn om landschelpen en beenderen van zoogdieren zoo ongeschonden als ze hier voorkomen te bewaren.

Sluiten