Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK X.

Bewijs van een zondvloed in Azië.

Wat in het voorafgaande hoofdstuk aangaande de onderzoekingen van Prof. Prestwich is medegedeeld, heeft alleen betrekking op feiten die verzameld zijn in westelijk Europa en het bekken der Middellandsche Zee. Hij waagt zich echter niet aan een uitspraak, hoever deze inzinking van het land, waarvan hij het bewijs geleverd acht, zich in een meer noordoostelijke richting mag uitgestrekt hebben, want daarvoor ontbreken hem genoegzame gegevens.

Gedeeltelijk om dit tekort aan te vullen, begaf ik mij in het begin van 1900, in gezelschap van den heer Frederick B. Wright, op een zig-zag-reis dwars door Azië, door China, Mongolië, Mandsjoerije, Siberië, Turkestan, Klein-Azië, Trans-Kaukasië, Rusland, Syrië[ Palestina en Egypte. En in 1905 bezocht ik wederom, in gezelschap van Mevrouw Wright, met hetzelfde doel, Engeland, Denemarken, Zweden, zuidelijk Rusland, de Krim, en nogmaals het Libanongebergte en noordelijk Egypte. ')

') De schrijver heeft vele artikelen geschreven, met vermelding van de resultaten, welke het onderzoek op deze reizen heeft opgeleverd. De volgende mogen daarvan met name worden vermeld: r> As ia tic Russia" (McClure Phillips & Co., 1902, 2 deelen, 637 blz.); een artikel «Nieuwe geologische veranderingen in Noord- en Midden-Azië" in het Quarterly Journal of the Gcological Society, Deel LVII, blz. 244—250; »De geologie'en de zondvloed" in McClure's Magazine van Juni 1901, blz. 134—139; „Het ontstaan en de

XVI

Sluiten