Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rivierbed bedroeg hier tusschen de honderd en tweehonderd voet per mijl. Dat zulk een uitgestrektheid löss over zulk een lengte door tegenwoordig werkende krachten zou zijn opeengehoopt, of gedurende vele duizenden jaren in deze onbeschermde positie zou gebleven zijn, schijnt uiterst onwaarschijnlijk, om niet te zeggen onmogelijk.

DE VERSPREIDING VAN HET LÖSS DOOR SAMENWERKING VAN WIND EN WATER.

In zijn uitgebreid werk over „China" hield Baron Richthofen de meening staande, dat de bron van het Chineesche löss moest gevonden worden in de uitgedroogde landstreek van Midden-Mongolië, waar thans de woestijn van Gobi ligt. Volgens hem zijn hier, vele eeuwen lang, de rotsen aan de oppervlakte langzaam verweerd door de werking van het buitengewoon droge klimaat, gepaard met groote afwisseling van hitte en koude, terwijl de wind het materiaal gedurig in wolken van stof heeft overgebracht naar de oostelijke en noordoostelijke grenzen, waar het in ontzaglijke hoeveelheden werd vastgehouden in het vochtige klimaat der bergvalleien ten oosten van de Mongoolsche steilten.

Maar het schijnt, uit de hierboven aangegeven feiten, noodzakelijk , aan te nemen dat de tegenwoordige verspreiding van het löss over noordelijk China hoofdzakelijk werd teweeggebracht door de kracht van langzaam terugwijkende watermassa's, die daar zouden gekomen zijn door een tijdelijke algemeene verlaging van het land tot een diepte van verscheidene honderden voeten.

Op menige plek aan de grenzen van Mongolië is het löss opeengehoopt in streken, die veel gelijken op meerbekkens. In vele gevallen hebben deze geen uitwatering en bevatten overblijfselen van groote watermassa's, die nu opdrogen, met achterlating van duidelijk waarneembare terrassen van aanmerkelijke hoogte rondom den rand. In vele van deze hooggelegen löss-streken

Sluiten