Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer-schelpen, maar vele soorten van slakkenhuisjes, zooals men ze tegenwoordig nog aantreft in de nabijheid, op het stroomgebied der rivieren. De geaardheid van deze schelpen, en de moeilijkheid om zich een watermassa te denken waaruit het sediment kon afgezet zijn, en een aannemelijke bron om de aanwezigheid van al dat water te verklaren, hebben er velen toe geleid om aan te nemen, dat het löss in zijn tegenwoordige eigenaardige positie was gebracht door den wind. Men vermoedde, dat gedurende de vloeden van den ijstijd (die men zich veel gematigder dacht dan de hedendaagsche feiten ze ons doen kennen) drijfzand van de vergletscherde streek werd afgezet over het .stroomgebied der rivier, en van daar werd opgeblazen door den wind in zijn tegenwoordige ligplaatsen.

In de Missouri-vallei kan echter bij de verspreiding van het löss geen sprake zijn van den wind als de voornaamste oorzaak; immers, de overheerschende winden komen daar uit het zuidwesten, maar het löss wordt aan beide zijden van de rivier in ongeveer gelijke hoeveelheden aangetroffen. Bovendien, het löss komt dikwijls voor in trapsgewijze terrassen, zooals zich die alleen onder water vormen. En eindelijk, het positieve bewijs van terugkeerende vloeden van tweehonderd en meer voet hoogte in de Missouri, afgeleid uit de aanwezigheid der Canadeesche rolsteenen bij I uscumbia, wijst met overwegende kracht de vera cansa aan, die men tevoren niet gekend heeft. De tijdelijke watermassa, waarvan wij onderstellen dat ze de thans met löss bedekte streken heeft ondergezet, bevatte uitteraard een stroom, die zich langs de tegenwoordige oevers der rivier voortbewoog. Deze stroom bracht het noodige sediment mee uit de vergletscherde streken, waaruit alleen de in het oog loopende overvloed van de afzetting langs de rivieroevers is te verklaren. Tegen de theorie van een staande watermassa over deze vlakte, zou een krachtige bedenking zijn, dat dan al het sediment aan den noordelijken rand daarvan zou

Sluiten