Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oever der Missouri, dicht bij Florence, enkele mijlen van Omaha verwijderd. Het volledigst overzicht van het bewijs, dat er in den ijstijd in Amerika menschen leefden, vindt men in de verhandeling van Prof. N. H. YVinchell, in de Records of the Past van Mei en Juni 1907.

Met het oog op al deze feiten zal het blijken, dat het volstrekt geen onwaarschijnlijke theorie is, dat de mensch ten tijde van den zondvloed door de natuurkrachten reeds grootendeels was uitgeroeid, zoodat hij in die dagen beperkt was tot een betrekkelijk kleine landstreek in Midden-Azië.

In deze uitroeiing heeft de mensch slechts het lot gedeeld van een groot aantal dieren, die de ontzaglijke veranderingen in de natuur, over de geheele wereld, tijdens den ijstijd, niet hebben overleefd. Want het is wèl bekend, dat er aan het slot van den ijstijd op beide de vastelanden een merkwaardige uitroeiing van allerlei diersoorten heeft plaats gevonden, die zonder twijfel in verband stond met het vooruitdringen van het gletschervlak op de vastelanden. Onder deze kunnen we noemen twee soorten uit het kattengeslacht, zoo groot als leeuwen ; vier soorten van het hondenras, waarvan sommige de wolven in grootte overtroffen; twee soorten van beren; een walrus, gevonden in Virginië; drie soorten van dolfijnen, gevonden in de oostelijke staten; twee soorten van de zeekoe, gevonden in Florida en Zuid-Carolina; zes soorten van het paard; den elders nog bestaanden Zuid-Amerikaanschen tapir (watervarken); een soort van de Zuid-Amerikaansche lama; een kameel; twee soorten van bisons; drie soorten van schapen; twee soorten van olifanten en twee van mastodons; één soort van megatherium , drie van megalonyx, en één van mylodoon, monsterachtige land-luiaarden , zoo groot als de rhinoceros of zelfs zoo groot als olifanten, die zich uitbreidden over de zuidelijke staten tot in Pennsylvanië, en de mylodoon zelfs tot de groote meren en Oregon.

Sluiten