Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de Oude Wereld is de verzameling van dieren, die tegelijk met den mensch uit den ijstijd leefden, maar in de gematigde luchtstreek werden uitgeroeid, eveneens zeer merkwaardig. Zij omvat reusachtige soorten van den leeuw, den tijger, den luipaard, de hyena, den beer, den eland, het muskusdier en het rendier, terwijl het nijlpaard tot Yorkshire, in Engeland, voortdrong en met groote kudden, gelijk we zagen, graasde op de vlakten van Sicilië.

Maar het treffendst van alles is het geval van den olifant. Eén soort van slechts vier of vijf voet hoogte kwam overvloedig voor op Malta en Sicilië, en op Malta nog één soort die minder dan drie voet hoog was. Een groot soort drong door tot in Yorkshire, in Engeland; terwijl de grootste van alle, de mammouth, zich verspreidde over geheel West en Midden-Europa en vrijelijk ronddwaalde over de vlakten van Siberië en de naburige eilanden. Een levendige handel in het ivoor van hun slagtanden wordt nog steeds onderhouden tusschen Siberië en China. De mammouth is nocr

' ' 1 ^

zoo kort geleden uit Siberië uitgeroeid, dat men nu en dan nog exemplaren aantreft, geheel in het ijs bevroren, met nog geheel onverteerd vleesch.

In 1900 vond men een mammouth, waarvan de huid en het geraamte naar St. Petersburg werden gebracht door J. P. Tolmatschow. Het karkas lag aan den voet van een steile helling, die zich verheft tot een hoogte van honderd zeventig voet boven het stroomgebied van de Beresowka-rivier, welke de Noordelijke IJszee binnentreedt ten oosten van de Lena. Op deze hoogte strekt zich naar achteren een terras uit, een halve mijl lang, waar het land drie a vierhonderd voet hooger rijst tot de algemeene hoogte eener met bosschen bedekte hoogvlakte. De mammouth was volkomen ingesloten in den bevroren grond, totdat de rivier hem los spoelde. Het had den schijn, alsof het dier bij het grijpen naar de takken achteruit was gegleden en zóó was omgekomen, bevroren in het

Sluiten