Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

HET KERSTMISDINER.

Keurig geborduurd servetgoed, prachtig porselein, zilver uit den tijd van Koningin Anna, exotische bloemen, glinsterend glaswerk, zacht rooskleurig licht, sneeuwwitte overhemden, elegante laag uitgesneden japonnen — al de conventioneele elementen die gepaard gaan met Westersche

ga^rono^as groote partij. Mevrouw Henry Goldsmith

liet zich, zoo zeide zij, bij het bijeenbrengen van gasten leiden door artistieke beginselen, evenals bij het verzamelen van bric-a-brac, en met het oog op de algemeene conversatie. Dezen keer waren de bestanddeelen van de maatschappelijke salade tamelijk uiteenloopend; toch waren alle ingrediënten

Joodsch. i

Want de geschiedenis van de Kleinkinderen van het

Ghetto, die in hoofdzaak is een geschiedenis van den middenstand, is in hoofdzaak een geschiedenis van isolement. Het „Upper Ten" geldt letterlijk voor Judah, wiens aristocratie juist zoowat voldoende is voor het vereischte getal in de Synagoge; als groote majestueuze lichtgevende lichamen, elk met zijn satelliet, drijven zij kalm aan den gouden hemel en de middenstand ziet in vereering, de lagere klasse smeekend tot hen op. De „Upper Ten" denken er niet aan exclusief te zijn; zij zijn bereid prinsen van den bloede, den adel en kunstenaars te ontvangen met een liberale gastvrij-

Kleinkinderen van het Ghetto. 1

Sluiten