Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij niet den moed hadden te bekennen, dat zij geen oortje gaven om een heele boel van datgene waarvoor zij zoo ijverde. Zij aarzelden te laten merken, dat zij hun godsdienst (of wat zij dacht dat hun godsdienst was) niet evenzeer eerbiedigden als zij den hare. Het zou hen ook in haar oogen hebben vernederd toe te geven, dat hun geloof niet evengoed was als het hare, en bovendien zou dat oneerbiedig zijn geweest voor de geliefde nagedachtenis van haar ouden meester. In den beginne hadden zij uit goedhartigheid en onverschilligheid gezwicht voor Mary's Joodsche vooroordeelen, maar met den dag werd haar macht over hen grooter; elke daad van gehoorzaamheid aan de ritueele wet, was een zwijgende erkenning van de heiligheid daarvan en dat maakte het hoe langer hoe moeilijker de verplichting er van te loochenen. De vrees Mary te hinderen beheerschtc ten slotte hun leven en het moderne huis bij Kensington Gardens was nog altijd een waar centrum van echte Joodsche orthodoxie, waarin weinig was dat den ouden Aaron Goldsmith in zijn graf zou hebben doen omkeeren.

Het is intusschen waarschijnlijk, dat mevrouw Henry Goldsmith een kosjere (naar de Joodsche wet ingerichte) tafel zou hebben gehouden, ook al ware Mary nooit geboren. Velen van hun kennissen en familie waren min of meer orthodox. Hun kosjer diner kon ook door niet-orthodoxen worden gegeten, terwijl een tereifoh (met-kosjer) diner de orthodoxen afschrikte. Vandaar dan ook dat zelfs de Rabbijn veilig zijn tenten zou hebben kunnen opslaan ten huize van mevrouw Henry Goldsmith.

Vandaar ook, dat de algemeene dorst naar het bloed van zekeren auteur op het Chanukoh-diner van mevrouw Henry Goldsmith niet kon worden gestild. Bovendien wist niemand waar Edward Armitage te vinden was, de auteur in quaestie, wiens schandelijk geschrift, Mordecai Josephs, het Judaïsme van het West-einde had geërgerd.

„Waarom beschreef hij niet onzen kring?" vroeg de gastvrouw met een toornige uitdrukking in haar mooie

Sluiten