Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijft;" — dit zeggende keek hij Montagu Samuels vlakin het gezicht, met stoutmoedige naïveteit; „maar er blijft genoeg over om te bewijzen, dat ons troepje publieke mannen, altijd dezelfde, bestaat uit bekrompen middelmatigheden. Hun voornaamste werk schijnt, behalve de financies, te zijn, bijzondere dagen te krijgen voor Joodsche candidaten, wanneer openbare examens op Sabbath of feestdagen vallen. Het vermakelijke, dat die examens leiden tot atheïsme, zien zij niet in. Hoe zou dat ook kunnen ? Zij vatten immers zich zelf ernstig op."

„Och kom," zeide juffrouw Cissy Levine verontwaardigd, „in de verslagen ziet men dikwijls staan: „gelach."

„Dan wil dat zeker zeggen, dat de spreker zelf lachte, want er is nooit iets om de toehoorders aan het lachen te brengen; laat meneer Montagu Samuels het zelf maar zeggen."

„Het geeft niet veel een onderwerp te bespreken met iemand,^ die zelf toestemt dat hij zonder kennis van zaken spreekt, antwoordde die heer waardig.

„Nou, hoe zou ik aan die kennis moeten komen!" mopperde Sidney. „U sluit het publiek uit van uw vergaderingen, ik denk om het te beletten in aanraking te komen met de groote lui, want het voorrecht om door dezen te worden afgesnauwd, is de belooning van openbare betrekkingen. Dat is een verwonderlijk praktisch idee, ploertigheid te gebruiken als een kracht in de gemeente ! De Groote Synagoge berust er op en uw gemeente vormt er een geheel door."

„Nou is u niet heelemaal billijk," zei de gastvrouw, met een beminnelijk lachje van verwijt. „Natuurlijk zijn er ploerten onder ons, maar vindt men die niet bij elke sekte ?"

„Wel waarachtig niet," zeide Sidney. „Als een van onzen chique aan een brokje van het Judaisme hecht, schijnt men te denken dat de God van Judah daar dankbaar voor behoort te zijn en als hij een- of tweemaal in het jaar naar de kerk gaat, word; dat beschouwd als iets bizonder minzaams tegenoverren Schepper."

„Wat je caricaturiseert is niet zoo ploertig als het lijkt,"

Sluiten