Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hij moest den man onder handen nemen," hield mevrouw Samuels vol.

„Maar we weten niet eens wie hij is," zei Percy Saville. „Waarschijnlijk is Edward Armitage slechts een „nom de phime." U zoudt verbaasd staan, als u de werkelijke namen kende van sommige letterkundige beroemdheden, die ik nu en dan ontmoet."

„O, als hij een Jood is, kunt u er zeker van zijn, dat het niet zijn werkelijke naam is," zei Sidney lachend. Het was iets karakteristieks van hem, dat hij nimmer naliet een pijl af te schieten, ook wanneer hij zelf daardoor werd geraakt. Percy kleurde een beetje; dat hij met den spotter in hetzelfde schuitje voer, stemde hem niet zachter.

„Ik heb den naam nooit op inschrijvingslijsten ontmoet," viel de gastvrouw tactvol in.

„Er is een Armitage, die jaarlijks twee guinjes inschrijft voor het armbestuur," zei mevrouw Montagu Samuels, „maar zijn voornaam is George."

„Er was een Armitage, die een wissel stuurde voor het Russische Fonds," zei de heer Henry Goldsmith; „maar dat kan geen auteur zijn : het was bepaald een groot bedrag."

„Ik weet zeker, dat ik den naam Armitage gezien heb onder de geboorten, huwelijken en sterfgevallen," zei juffrouw Cissy Levine.

„Wat zijn ze allemaal goed tehuis in de nationale letterkunde!" fluisterde Sidney Addie toe.

Inderdaad, de advertenties dienden om het ras bij elkander te houden; ze reageerden tegen de gevolgen van het uiteenspatten van het deftiger wordend Israël en werden te meer belangrijk, naarmate de andere banden, de oude traditioneele grappen, spreekwijzen, plechtigheden, spelen, vooroordeelen en deuntjes, die meer beteekenen dan wetten en meer binden dan idealen, verdwenen door den overmatigen ijver van verfijnde parvenus, die nog niet tot zelfvertrouwen waren geraakt. Het Anglo-Saksisch koude van een Synagoge-dienst in het West-einde, door de week geheel overgelaten aan betaalde

Sluiten