Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar? — die geslachten achtereen het Christelijk masker droegen. Feitelijk zijn velen van ons nog Marannos, ik meen niet de Joden die aan het tooneel zijn en aan de pers, enz., maar de Joden die nog gelooven. Eens op Grooten Verzoendag heb ik me vermaakt met de verzinsels op de luiken van de winkels, die in het Strand gesloten waren. „Onze jaarlijksche feestdag." „Gesloten wegens inventariseering." „Ons jaarlijksch werkliedenfeest." „Gesloten wegens reparatie."

„Nou, het is al mooi als zij den vastendag houden," zei de heer Henry Goldsmith, „het bewijst dat ze geestelijk nog niet dood zijn."

„Geestelijk!" spotte Sidney, „zeg liever puur bijgeloof. Vrees voor den banbliksem. Bovendien heeft vasten een zinnelijk attractie. Ware het niet om het vasten, dan zou de Groote Verzoendag al lang niet meer bestaan voor deze menschen. „Ons jaarlijksch werkliedenfeest!" Mooie getuigen!"

„Het is onze schuld niet, zoo er valsche getuigen onder ons zijn," zeide Raphael Leon kalm. „Onze zending is de waarheid van de Touroh (Wet) te verspreiden, totdat de aarde is vervuld van de kennis van den Heer, evenals de wateren de zee bedekken."

„Maar wij verspreiden die niet."

*„Dat doen we wèl. Het Christendom en het Mohammedanisme zijn spruiten van het Judaïsme; door hen hebben wij de wereld op het Heidendom veroverd en haar geleerd dat God één is met de zedelijke wet."

„Dan zijn we zoowat in de positie van een ouden schoolmeester, die overtollig achterblijft in het schoolvertrek, waar zijn vroegere leerlingen onderwijs geven."

„In het geheel niet. Veeleer van een, die blijft om te protesteeren tegen hetgeen zijn vroegere leerlingen op hun eigen handje er bij voegen."

„Maar wij protesteeren niet."

„Ons bestaan alleen, sedert de Verstrooiing, is al een

Sluiten