Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En deed hij dat?"

„Neen, ik heb nog geen stiefmoeder. Uw witte das zit heelemaal scheef."

„Dat doet ze gewoonlijk," zeide Raphael, onachtzaam aan het strikje frommelend.

„Laat mij ze recht zetten. Zie zoo! En nu u alles van mij weet, hoop ik dat u mij evenveel vertrouwen zult schenken."

„Ik vrees, dat ik u niets even romantisch in de plaats kan geven," zeide hij lachend. „Ik werd geboren van rijke, maar fatsoenlijke ouders, uit een familie, die reeds gedurende drie geslachten in Engeland was gevestigd, en ging op den gewonen tijd naar Harrow en Oxford. Dat is alles. Ik zag echter iets van het Ghetto, toen ik een jongen was. Ik correspondeerde een beetje over Hebreeuwsche literatuur met een groot Joodsch geleerde, Gabriel Hamburg (hij woont nu te Stockholm). En eens toen ik van Harrow te Londen was gekomen, ging ik hem opzoeken. Ik trof het dat ik tegenwoordig was bij de oprichting van de Heilige LandLiga, thans onder voorzitterschap van Gideon, afgevaardigde voor Whitechapel. De geestdrift, die daarbij heerschte, roerde mij tot tranen. Daar was het dat ik met Strelitski kennis maakte. Hij sprak alsof hij den geest had. Ook ontmoette ik een armen dichter Melchizedek Pinchas, die mij later zijn werk, Matatoron's Vlammen, naar Harrow zond. Een echt verwilderd genie. Daar heeft u nu den man, aan wien men denken moet als men spreekt van de Joden en poëzie! Na dien avond bleef ik geregeld in verkeer met het Ghetto en ik ben er onlangs herhaaldelijk geweest."

„Maar u verlangt toch zeker niet naar Palestina terug te keeren ?"

„Ja wel. Waarom zouden we ook niet ons eigen land hebben ?"

„Het zou een te groote choas worden. Verbeeld u, al de Ghettos van de geheele wereld bij elkaar! Iedereen zou gezant te Parijs willen zijn, zooals het in de bekende grap heet."

Sluiten