Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij nooit vacantie en ze ging nooit uit, dan naar de kerk.

„Neen Mary, dank je. Het diner was uitstekend. Goeie nacht en prettige Kerstmis!"

„Insgelijks, mevrouw." En terwijl het onbewuste werktuig van Henry Goldsmith's candidatuur zich verwijderde, klonken de klokken, die Kerstmis inluiden, vroolijk in den nacht. Het gelui trof het oor van Raphael Leon, die nog voortstapte, een magere schaduw werpend op het wit bevroren plaveisel, maar hij lette er niet op; het trof het oor van Addie, gezeten naast den spiegel in haar slaapkamer, denkend aan Sidney die naar het Kerstmis bal snelde; het trof het oor van Esther, die zich onrustig heen en weer bewoog op haar weelderig eiderdons, gedrukt door panorama-voorstellingen van het martelaarschap van haar volk. Half slapend, half wakend, had zij, vooral wanneer haar hoofd verhit was, het vermogen verwonderlijk levendige visioenen te zien, niet te onderscheiden van de werkelijkheid. De martelaren, die het schavot en den brandstapel beklommen, hadden allen het gezicht van Raphael.

„De zending van Israël" gonsde door haar hoofd. O, die ironie der geschiedenis! Daar zou weer een leven worden verspild voor een droom, een illusie. De gezichten van Raphael en van haar vader kwamen plotseling op groteske wijze naast elkander te staan. Een bitter lachje trok over haar gelaat.

De Kerstmisklokken luiden door, vrede verkondigend in naam van Hem, die een zwaard in de wereld kwam brengen.

„Voorwaar," dacht ze, „het volk van Christus is de Christus onder de volkeren geweest."

En toen snikte ze, zonder te weten waarom, in de duisternis.

Kleinkinderen van het Ghetto.

4

Sluiten