Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vatte onmiddellijk een groote, met minachting gemengde bewondering voor hem op.

„O! je zult me niet vergeten, niet waar?" fluisterde Pinchas, den redacteur zoodra hij kon bij een knoopsgat pakkend en zijn vinger vleiend tegen den neus leggend. „Bedenk dat ik provisie op uw salaris verwacht."

Raphael glimlachte goedig en zeide toen, zich tot De Haan wendend:

„Maar denkt u dat er eenige kans is op debiet?"

„Of er kans is op debiet?" herhaalde De Haan.

„Wel, we zullen niet vlug genoeg kunnen drukken. Alleen in Londen zijn er zeventig duizend orthodoxe Joden."

„Bovendien," voegde Gradkoski er bij tot bevestiging, hoewel het veel op tegenspraak leek: „we zullen niet op het debiet behoeven te rekenen. Bij couranten komt het op advertenties aan."

„Ja?" zeide Raphael hulpeloos.

„Natuurlijk," zeide Gradkoski, met zijn gewoon air van wereldwijsheid. „En, u begrijpt, dat met het oog op de godsdienstige kleur van ons blad, wij al de gemeente-advertenties moeten krijgen. Om te beginnen hebben we die van de Coöperatieve Kosjere Vereeniging."

„Jawel, maar daarvoor betalen we niet," zeide Suikerman, de sjadjan.

„Dat doet er niet toe," sprak De Haan. „Het zal goed staan. We kunnen er een heele bladzijde mee vullen. Je weet hoe de Joden zijn; ze zullen niet vragen: „Is er behoefte aan dit blad ?" maar zij zullen het op de hand balanceeren, alsof ze de waarde van de advertenties wegen, en vragen: „Rendeert het?" Maar het zalrendeeren, het moet rendeeren! Met u aan het hoofd, meneer Leon, een man, wiens naam en vroomheid bekend en geëerd zijn, overal waar een mezoezoh (buisje bevattende een perkament met Hebreeuwsche spreuken) den deurpost versiert; een man die met het Oost-einde voelen kan en naar wien het West-einde luistert; een man die het zuiverste Judaïsme zal prediken in het zuiverste Engelsch —

Sluiten