Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een van de verworpelingen. U ziet, dat ik mijn best doe uw gemeente uit te breiden."

Hij kon niet zeggen of het sarcasme of ernst was.

„Nu, adieu," zeide hij, de hand uitstekend. „Dank voor uw toezegging!"

„O, dat is geen dank waard," zeide zij, zijne lange blanke vingers een oogenblik drukkend. „Denk er aan hoe heerlijk het is zich gedrukt te zien. Ik hoop dat u niet boos op me is, omdat ik geen roman wil schrijven ?" liet zij er op volgen met een plotseling gevoel van wroeging, nu hij op het punt stond heen te gaan.

„Natuurlijk niet. Waarom zou ik dat?"

„Zou uw zuster Adelaide geen novelle kunnen schrijven?"

„Addie?" zeide hij lachend. „Stel u voor Ad die en verhalen schrijven! Addie heeft geen letterkundig talent."

„Zoo spreken broers altijd. Salomon zegt —"

Hier hield zij plotseling op.

„Ik herinner mij op het oogenblik geen spreekwoord van Salomon over dat onderwerp," zeide hij, nog altijd lachend over het idee van Addie als schrijfster.

„Ik dacht aan iets anders. Nu adieu, de groeten aan uwe zuster als het u blieft."

„Zeker," zeide hij. Toen riep hij uit. „Wat ben ik toch een ezel! Ik vergat u haar groeten over te brengen. Zij zou het zoo prettig vinden als u eens bij haar een praatje kwam maken en thee bij haar drinken. U en Addie moeten elkander leeren kennen."

„Dank u, met genoegen. Ik zal haar eens schrijven. Nogmaals adieu."

Hij schudde haar de hand en tastte naar den deurknop.

„Permitteer," zeide zij en deed de deur open; de morsige straat lag in grauwe verveling voor hen. „Wanneer mag ik weer op de eer hopen van het bezoek van een heuschen levenden redacteur?"

„Ik weet het niet," zeide hij glimlachend. „Ik heb het vreeselijk druk. Ik moet vandaag over veertien dagen in

Sluiten