Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Loop niet in den regen Addie," zeide Sidney, bezorgd vooruitdringend. „Je doet van avond al mijn werk. Hallo, waar kom jij vandaan?"

Het was Raphael, die tot dezen uitroep aanleiding gaf. Hij was eensklaps komen opdagen, met een versleten, druipende parapluie.

„Ik dacht dat ik tijdig zou zijn om u te komen halen — en mijn excuses te maken," zeide hij, zich tot Esther wendend.

„Spreek er niet van," zeide Esther, die door zijn onverwacht verschijnen nog zenuwachtiger was geworden,

„Houd je parapluie over de dames, jou lummel," zeide Sidney.

„Och, neem me niet kwalijk," zeide Raphael, in zijn haast om te gehoorzamen met den knop van de parapluie stootend tegen den helm van een politieagent.

„Gekheid!" zeide Addie glimlachend.

„Het is niets," bromde de agent goedig.

Sidney begon hartelijk te lachen.

„Bepaald een algemeene amnestie," zeide hij. „O, daar is het rijtuig. Waarom ging je er niet in zitten, of in den ingang staan! Je bent druipnat!"

„Ik dacht er niet aan," zeide Raphael. „Bovendien, ik was hier pas een paar minuten. De omnibussen zijn zoo vol als het regent. Ik moest den geheelen weg van Whitechapel af loopen."

„Je bent onverbeterlijk," mopperde Sidney. „Waarom nam je geen hansom?"

„Waarom geld te verspillen ?" zeide Raphael. Zij stapten in het rijtuig. „Nu, hebben jelui pleizier gehad?" vroeg hij opgewekt.

„O ja, heel veel," zeide Sidney. „Addie heeft twee zakdoeken aan Ophelia ten koste gelegd — bijna evenveel als jouw hansom zou hebben gekost. Miss Ansell dweepte met den vinger van het noodlot en ik maakte een praatje en ruilde sigaretten met O'Donovan. Ik hoop dat jij ook pleizier hebt gehad."

Sluiten