Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door haar leden, gedeeltelijk om het tafereel dat hij had opgeroepen, gedeeltelijk om zijn hinderlijke ruwheid. Zij gevoelde dat zij meer en meer een afkeer van hem kreeg. Waarom was hij zoo onaangenaam opgegroeid ? Als jongen had ze geen hekel aan hem gehad en hij had zeker dat ruwe en platte niet geërfd van zijn vader, dien zij zich nog altijd voorstelde als een beleefden ouden heer.

„Nu, als je het liever niet hebt, mij wel. Ik zie dat je net bent als ik. Als ik het laten kan, denk ik ook liever niet aan het Ghetto. Nu, zooals ik zei, ik kon geen oog dicht doen sedert ik je zag. Ik lag over allerlei te denken, totdat ik het niet langer kon uithouden; ik stond op, kleedde mij, liep door de straten en flaneerde door de markt, waar het mij inviel een bouquet voor je te koopen. Want het was natuurlijk over jou, dat ik had liggen denken —"

„Over mij," zeide Esther verbleekend.

„Ja, natuurlijk. Maak nu geen sjnecks (houd je maar niet zoo); je weet wat ik bedoel. Onwillekeurig gebruik ik de oude woorden als ik je zie; het verleden schijnt weer terug te keeren. Dat waren gelukkige dagen, hé? toen ik placht je in Royal-street te komen opzoeken. Ik geloof dat je toen een beetje van me hieldt Esther, en ik weet dat ik smoorlijk op je was."

Hij keek haar met een teeder lachje aan.

„Ik geloof dat je een malle jongen waart," zeide Esther blozend en niet op haar gemak onder zijn blik. „Maar je behoeft je daarvan nu geen verwijt van te maken."

„Mij er een verwijt van maken! Het tegendeel is waar. Wat ik mij den geheelen nacht heb liggen verwijten is, dat ik later nooit naar je omkeek. Zie je, ik heb mij afgevraagd, of ik me niet in den laatsten tijd gek heb aangesteld en of niet alles anders zou zijn gegaan, als —"

„Gekheid, gekheid," zeide Esther met een verlegen lachje. „Je hebt het best gemaakt, de wereld leeren kennen, in de rechten gestudeerd, met prettige menschen omgegaan." „Ach, Esther," zeide hij, het hoofd schuddend, „het is

Sluiten