Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkieslijk boven miss Wynne als getuige van de scène, die onvermijdelijk volgen moest. In een paar seconden na de tragische ontmoeting was zijn besluit genomen. Met verwonderlijke zelfbeheersching wenkte hij den koetsier, die hem had aangeroepen en wiens rijtuig tegenover het restaurant stond. Haastig hielp hij de van niets bewuste Gladys in het rijtuig. Hij zelf zette zijn voet op de trede, toen rabbi Sjmoel uit zijn verdooving ontwaakte. Gekrenkt door deze laatste ontwijding van den feestavond, snelde hij toe en legde zijn hand op Levi's schouder. Zijn gelaat was aschgrauw, zijn hart bonsde pijnlijk, de hand op Levi's jas trilde alsof die door een beroerte was getroffen.

Levi kromp ineen; de oude gevoelens van ontzag deden zich gelden. Maar door een warreling van gedachten zag hij Gladys, verbaasd kijkend naar den wonderlijken grijsaard. Met groote inspanning riep hij al zijn geestkracht ter hulp, schudde de groote bevende hand van zich af en sprong in het rijtuig.

„Vooruit koetsier!" klonk het in vreemde keeltonen van zijn droge lippen.

De koetsier legde de zweep op de paarden, een straatjongen drong den ouden man op zij en smeet het portier dicht. Leonard wierp hem werktuiglijk een penny toe en het rijtuig rolde voort.

„Wie was dat, Leonard?" vroeg miss Wynne nieuwsgierig.

„Och, niemand, een oude Jood, die mij van geld voorziet."

Gladys lachte vroolijk, een helderen muzikalen lach. Zij kende zulk een soort van menschen.

Sluiten