Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor haar bijdrage van vijf-en-twintig guinjes, waarvan er twee waren van den heer Henry Goldsmith. Gideon, de afgevaardigde van Whitechapel bleef ongevoelig voor het lijden van zijn broederen in het Heilige Land. In dagelijksche aanraking met zoovele verschillende belangen verruimde Raphaels geest zich even onmerkbaar, als het lichaam groeit. Hij leenfe de manieren kennen van vele menschen en comité's, bewonderde de oprechte goedheid van sommige der Joodsche philanthropen en de welbespraaktheid van allen, ook al besefte hij hoe bekrompen hun opvatting was en dat zij de feiten liever niet onder de oogen zagen. Zij waren bang van aard en hadden die vrees voor beslist optreden en afdoende taal, die herinnerde aan de kruipende angstige lijfverwringingen van den middeleeuwschen Jood. Zij schenen stipt de wacht te houden over de technische privileges van de verschillende lichamen, waartoe zij behoorden, en in hun qualiteit van lid van de „Fiddle-de-Dee" met elkaar te twisten als leden van de „Fiddle-de-Dum" en votums van rouwbeklag of gelukwensching uit te brengen over en weer over elkaar. Maar hoe meer Raphael het ras leerde kennen, hoe meer hij zich verbaasde over de zich nooit verloochenende handigheid er van en soms was hij geneigd de juistheid te erkennen van de meening, dat het Judïasme een welgeslaagd sociologisch experiment was, de zedelijke en physieke opvoeding van een uitverkoren geslacht, waarvan zelfs het diëet godsdienstig geregeld was.

En zelfs de openbaringen van den leelijken kant van de menschelijke natuur, die zich aan de meest bijziende redacteuren opdringen, waren vermomde zegeningen. Het bureel van De Vlag was een broeikas voor Raphael; vele sluimerende gedachten ontwikkelden zich in buitengewone rijpheid. Een maand bij De Vlag stond gelijk met een jaar ervaring in de buitenwereld. En zelfs de kleine Sampson was niet gevoeliger voor het humoristische van het courantenleven, wanneer er geen beginsel in het spel was; hoewel dat, wat den tweeden redacteur deed brullen van het lachen, dikwijls

Sluiten