Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat we elkaar niet meer ontmoeten. Dit moet dus een laatst vaarwel zijn."

Zij stak haar hand uit; hij nam die werktuiglijk.

„Ik heb geen recht mij in uw vertrouwen te dringen," zeide hij, „maar u maakt me zeer bezorgd." Hij liet haar hand niet los; de aanraking er van verhoogde zijn sympathie. Hij gevoelde dat hij haar niet aldus kon laten gaan, de Hemel weet waarheen. „Wilt u mij zeggen wat u kwelt," ging hij voort. „Ik ben zeker dat er iets is. Misschien kan ik u helpen. Ik zou zoo blij zijn als u mij daartoe in de gelegenheid wilde stellen."

Tranen kwamen haar in de oogen, maar zij sprak niet. Zwijgend, met de handen in elkaar, stonden zij daar, zich zeer nabij en toch nog zoo ver van elkander gevoelend.

„Kunt u mij niet vertrouwen?" vroeg hij. „Ik weet dat u niet gelukkig is, maar ik hoopte dat u in den laatsten tijd vroolijker was geworden. Toen wij elkaar den eersten keer ontmoetten, vertelde u me zooveel; u zoudt me nu heusch nog een beetje meer uw vertrouwen kunnen schenken."

„Ik heb u genoeg verteld," sprak ze eindelijk. „Ik kan niet langer genadebrood eten. Ik moet heengaan en probeeren mijn eigen kost te verdienen."

„Maar wat wilt u beginnen?"

„Wat doen andere meisjes? Onderwijzen, naaiwerk, of iets anders. Bedenk dat ik een onderwijzeres van ervaring ben en nog wel een gegradueerde."

Een pathetisch lachje verhelderde haar gelaat.

„Maar u zult heelemaal alleen staan op de wereld," zeide hij, terwijl in elke lettergreep zijn bezorgdheid trilde.

„Ik ben gewoon heelemaal alleen te staan op de wereld."

Die woorden wierpen een licht op haar leven bij de Goldsmith s en vervulden zijn hart met medelijden en verlangen.

„Maar gesteld, dat u niet slaagt?"

„Als ik niet slaag —" herhaalde zij en voltooide den zin met een schouderophalen.

Het was het apathische onverschillige schouderophalen

Sluiten