Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan ten hemel schijnen. Zij keek en keek er naar en dat , r . aar £edachten alweer van het vraagstuk af. Het was alsof zij in het Victoria-Park lag, met onschuldige mystische verrukking en een gevoel van rust kijkend naar de donkerblauwe lucht. Het jongensboek vol avonturen, dat zij van balomon had geleend, was haar uit de hand gegleden en ag, zonder dat zij het merkte, in het gras. Salomon speelde bal met Rachel — hij had die in ruil gekregen voor een enorme verzameling knoopen — en Izaak en Sara lagen op het gras te rollen en te stoeien. O, waarom had zij hen verlaten? Hoe ging het hen nu, zonder haar moederlijke zorg, ver weg aan gene zijde van den oceaan ? Weken lang had zij met aan hen gedacht; dezen nacht strekte zij onwillekeurig de armen naar haar geliefden uit, niet naar de nevelachtige gedaanten van de werkelijkheid — deze waren nauwelijks minder phantastisch dan de doode Benjamin — maar naar de kinderlijke gedaanten van het verleden. Wat hadden ze gelukkige tijden samen gehad daar op die gezellige oude zolderkamer.

In haar vreemden toestand van half waken, half slapen waren haar uitgestrekte armen om de kleine Sara heengeslagen Zij bracht haar te bed en het kleine ding zeide haar in gebroken Hebreeuwsch het nachtgebed der kinderen na: " ta toe dat ik mij in vrede neerleg en laat mij in vrede opstaan. Hoor, Israël, de Heer onze God is een eenig God," met een aanhangsel op eigen handje in kindertaal: „God behoede mij en make dat ik altijd een goed meisje blijve."

Met.een schrik ontwaakte zij tot volle bewustheid, met verstijfde armen en beschreid gelaat. Maar het probleem was opgelost.

Zij zou tot hen terugkeeren — terugkeeren tot haar waar thuis, waar menschen, die haar lief hadden, haar welkom zouden heeten, waar de harten open waren, het leven eenvoudig was en het moede hoofd rust zou kunnen vinden van druk en strijd. Eigenlijk was het leven zoo eenvoudig; zij was het die zoo verdorven complex was. Zij zou terug-

Sluiten